Quality inside programma in plantuien: Extra kwaliteitscheck
In Nederland wordt jaarlijks tussen de 5.500 en 6.300 hectare plantuien geteeld. Een klein deel hiervan gaat in het najaar al de grond in. De rest volgt na de jaarwisseling, zodra de weersomstandigheden dat toelaten. De vroeger oogstbare plantuien hebben inmiddels hun plek in de markt verworven en zijn onmisbaar. Ze kunnen rekenen op grote belangstelling van telers, verwerkende bedrijven, exporteurs en directe leveranciers.
Voordat de plantuien de grond ingaan, vindt er een uitgebreide kwaliteitscontrole plaats om de gewenste kwaliteit van het gewas te waarborgen. Naktuinbouw bewaakt en bevordert de kwaliteit van zaaizaad en plantgoed met gedegen testen en analyses, iets waar Nederland om bekend staat. Daarnaast hanteert plantuienproducent Broer BV het kwaliteitslabel Quality inside, waar Bejo en De Groot en Slot eigenaar van zijn. Dit geldt als extra kwaliteitscontrole bovenop dat van Naktuinbouw, om de kwaliteit van het plantgoed verder te borgen. Wat gebeurt er precies in dat proces en hoe worden ziekteverwekkers opgespoord?
Veldinspecties
Fytopatholoog Jan Hoogland van Bejo neemt ons mee in het proces van het Quality inside programma. Dat begint al in het veld met veldinspecties van de eerstejaars plantuitjes. „Hoe verloopt de groei vanaf de start, wat tref je aan en hoe ziet dat er in het veld uit? Daar kun je de eerste kwaliteit al beoordelen en krijg je een beter beeld van het product dat we binnenhalen.” Tijdens de oogst worden ook monsters genomen voor de kwaliteitscontrole. Daarbij wordt tevens plantgoed apart gehouden voor de grow-outs. Dat is het laten uitgroeien van nieuw plantgoed om de kwaliteit te beoordelen en te kijken of er eventueel ziekten inzitten.
Van iedere plantgoedpartij worden minimaal 1.000 plantjes voor een growout getoetst, zegt Hoogland. „Deze planten we uit en plaatsen we in een kas onder de juiste klimatologische omstandigheden. Je denkt soms: een ras is een ras, maar iedere partij uit een veld is anders en krijgt een eigen lotnummer. Elk lotnummer wordt getest met een grow-out. We kijken hoeveel plantgoed er niet kiemt en welke ziekten we tegenkomen.”
Uien kunnen wegvallen door bijvoorbeeld Fusarium of pinkroot en andere blijven in kiemrust, vervolgt hij. „Verder letten we op de aanwezigheid van onder andere koprot en valse meeldauw. Er wordt dan een klimaat gecreëerd waarin zichtbaar wordt of een partij valse meeldauw bevat. Plantgoed dat niet uitloopt verzamelen we, snijden we door en laten we een week incuberen. Dan kun je zien of er een schimmel aanwezig is en welke schimmel dit is.” Hij legt uit dat er wordt ingegrepen zodra een ziekteverwekker wordt gevonden.
Warmtebehandeling
Afhankelijk van de ziekte die wordt aangetroffen, vindt een behandeling plaats. Dat kan met een warmtebehandeling op het plantgoed, waardoor sporen niet overleven, maar bij aantasting van Fusarium moet de partij opnieuw over de leestafel. Zodra de partij behandeld is, vindt er opnieuw een grow-out plaats om te kijken of de partij vrij is van ziektes en gebreken. Dit gebeurt bovenop de keuringen van Naktuinbouw, om de kwaliteit van de plantuien dus extra te waarborgen.
Bij tegenvallers in de kwaliteit van een partij is de logistiek een uitdaging, merkt Hoogland ieder jaar. „Het zit in tijd best krap met de grow-outs en het uitleveren van plantgoed. Je wil met de grow-outs zo dicht mogelijk op de uitleverdata naar de telers zitten. Als je bijvoorbeeld half januari plantgoed wil afleveren, dan zet je dit in begin december in voor de growouts. Je wil de uitgroei zoals een teler die ook krijgt, daarom is het tijdstip van uitplanten erg belangrijk. Je moet ook niet te vroeg zijn met planten, want dan zijn de uien nog in rust en blijven ze dat. Dan is de uitkomst niet representatief. Wanneer een partij niet slaagt voor de kwaliteitsbepaling, moet er naar een alternatief worden gezocht.”